Overdenking

Een Anker Van Hoop!

In de Bijbel worden vaak beelden uit het dagelijks leven van toen gebruikt om geestelijke zaken te verduidelijken. Er wordt o.a. ook een beeld gebruikt uit de scheepvaart, namelijk een anker.

De functie van een anker is natuurlijk wel bekend, maar er zijn toch wel een paar bijzonderheden bij te vertellen. Natuurlijk is een anker om een schip vastheid te geven. Als een schip een haven nog niet kan binnenvaren, dan legt men het ‘voor anker’, zodat het niet door de wind of de stroming van het water op de oever slaat of ergens op vastloopt. Ook moet het anker voldoende groot en zwaar zijn, anders drijft het toch nog weg.

De vaste hoop op onze zaligheid bij de Here Jezus Christus in de eeuwige heerlijkheid is zo’n anker. Dat anker is zeker zwaar genoeg om ons levensschip vast te houden. Die hoop is niet een vage verwachting in de zin van ‘ik hoop van wel’, dan zou die hoop niet met een anker vergeleken worden.

Het anker van een schip moet ook een stevige bodem hebben waarin het houvast heeft. Zo ligt ons geestelijke anker vast in de Persoon en het werk van Jezus Christus. Hij is de rots ‘waarin ons anker eeuwig hecht’. Het anker van een schip hecht onzichtbaar voor de schipper, in de bodem. De schipper ziet de bodem niet, maar hij weet wel zeker dat die bodem er is. Zo zijn de zaken van het geloof onzichtbaar voor ons menselijke oog, maar de gelovige weet wel dat die vaste grond er is.

In tegenstelling tot een schip bevindt die “grond’’ zich niet ergens onder ons, maar boven ons, en wel in de hemel. Onze hoop ligt verankerd in een Persoon, de Here Jezus Christus. Geloof in Hem is een anker van hoop. Wie in Hem gelooft, bezit ook het eeuwige leven.

Bezit u dat geloof, die vaste hoop? Dat geloof geeft innerlijke vrede, rust en blijdschap.
Laten we God danken voor zo’n zekerheid van het geloof en van de hoop en laat ons daar blij om zijn.

Amen

“Want in de hoop zijn wij zalig geworden.
Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop.
Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding”.

(Romeinen 8:24-25)